
Ingezonden: Het Groene Land
AlgemeenSCHERPENZEEL Mag ik mij even voorstellen, mijn naam is: het Groene Land. Ze noemen me ook wel Zwarte Land 2 maar daar ben ik het helemaal niet mee eens. Ten eerste ben ik niet zwart en ten tweede wil ik niet de tweede zijn! Ik laat van mij horen want ik ben nogal beledigd en verontwaardigd.
Het Groene Land (de auteur is bij de redactie bekend)
Meneer van Deelen, die kennen jullie vast wel, noemde mij een poosje geleden “gewoon een stukje weiland”. Dat ben ik dus niet en het wordt hoog tijd dat ik eens voor mijzelf opkom in plaats van dat anderen van alles over mij zeggen en van mij willen. Maar ik zal jullie eerst uitleggen hoe ik ben ontstaan, wat ik nu ben en wat ik zou willen worden.
Hoe ben ik ontstaan
Eeuwen geleden was ik nog een moerassig stuk land. Door mij en langs mij stroomde een beekje dat ’s zomers heel smal werd en ’s winters heel breed. Dan stroomde er grote hoeveelheden water door de Gelderse Vallei en kreeg ik elk jaar een dun laagje slik over me heen en dat vond ik fijn. Zo groeide ik eeuwen lang millimeter voor millimeter en vormde zo een mooie stevige en vruchtbare aardlaag waar van alles op kon groeien. Toen de beek een kanaal werd en er grotere gemalen werden gebouwd liep ik niet meer onder water.
Ik ben een held
Maar later hebben ze me nog wel een keer onder water gezet. Dat was in 1940 toen ben ik onder water gezet om de vijand tegen te houden en dat is goed gelukt. De vijandelijke soldaten werden door mij op veilige afstand gehouden van onze jongens die in de loopgraven in de Grebbelinie zaten en zo heb ik vele levens kunnen redden! Daar ben ik maar wat trots op en ik vind dat iedereen dat ook moet kunnen zien, maar daarover straks meer.
Jonge meiden in de wei
Het Groene Land is verdeelt in kleine stukjes en dat vind ik prima. Tussen de paaltjes en langs het prikkeldraad groeien allerlei grassen en bloemen. Daar wemelt het van insecten, muizen en ander klein gedierte. Die afrasteringen zijn gemaakt omdat er het hele zomerhalfjaar pinken (jonge koeien) mijn gras op komen eten, telkens weer op een ander stukje weiland. Je zou ze moeten zien als ze in het voorjaar bij mij losgelaten worden, die jonge meiden. Ze dansen en springen van vreugde met de staart in de lucht. Ik hoor ook altijd de wandelaars en fietsers praten over hoe mooi ze me vinden met het vee dat graast in de wei. En dat je vanaf de Stationsweg zo ver het landschap in kunt kijken, daar genieten ze ook van.
Poep op mijn dak maakt mij uniek
Die jonge koeien poepen me helemaal onder en daar ben ik blij mee! Want al die poep zorgt voor heel veel wormen en insecten. Dat maakt mijn Groene Land nou juist zo uniek. Overal vallen bij mij van die mooie ronde koeienvlaaien op de grond. Die drogen langzaam op en daarin en onder krioelt het van het leven. Bij mij wemelt het van de wormen en insecten en daarom ben ik ook zo uniek. Al die andere weilanden in de buurt worden wel vijf of zes keer gemaaid en gemest en daar komt geen koe meer buiten. Dat is slecht voor de bodem en als er nog wormen zijn zitten ze veel te diep in de grond.
Groene Land, populair bij de vogels
De vogels weten dat, want voortdurend zwieren hier boerenzwaluwen laag over mijn gras, op jacht naar insecten. Die boerenzwaluwen staan trouwens op de rode lijst van bedreigde vogels, dus ben ik er super trots op dat ze bij mij nog kunnen komen eten. Dat geldt ook voor een heleboel andere vogelsoorten die elders in de regio niet meer terecht kunnen. De torenvalk, de steenuil, de kerkuil, de grote lijster, noem maar op. De laatste staat ook op die rode lijst. In de winter is het helemaal feest. Het jongvee is dan weg, maar de wormen zijn er nog wel. Soms zie ik wit van wel vier verschillende soorten meeuwen. De kokmeeuw, de stormmeeuwen, de kleine mantelmeeuwen en de zilvermeeuwen. Er zijn erbij die komen helemaal uit Scandinavië om bij mij te overwinteren, geweldig toch! Op een andere dag ziet het er soms bijna zwart van de spreeuwen, roeken, zwarte kraaien en kauwen, soms toch een beetje “zwarte land” dus!
De nachten zijn spannend
Omdat er zoveel wormen en muizen bij mij wonen krijg ik regelmatig nachtelijk bezoek. Dichtbij en zelfs bij mij op het terrein, wonen onder de grond in diepe holen, grote zwart-witte beesten, dassen zijn dat. Die slapen overdag en gaan ’s nacht bij mij op wormenjacht. Het zijn hele nette bezoekers. Ze poepen nooit in hun hol maar maken keurige kuiltjes, latrines, waar ze in poepen. En dan zijn er nog de uilen. De bosuil de kerkuil en de steenuil komen regelmatig langs. Ze gaan dan op de paaltjes zitten en wachten geduldig tot zich een muis laat zien, waar ze dan pardoes bovenop vallen, heel spectaculair. Een poosje geleden liep er zelfs een roerdomp rond op muizenjacht!
Wat moet ik worden?
Gelukkig gaan de plannen voor een hele grote opslagloods niet door. Dat was zeker mijn dood geworden. Mijn groene vel was afgestroopt, er was een heel diep groot gat gegraven en daarna een heel groot bouwsel opgezet. Ik hoor overigens van allerlei nieuwe wilde plannen, men wil van alles met mij. Een grote biogas centrale, een waterstof centrale, zelfs een kerncentrale, niets is te dol. Of nu maar helemaal vol zetten met huizen, of toch nog wat industrie voor plaatselijke ondernemers. Maar niemand vraagt zich af wat ik eigenlijk wil. Ik heb als Groene Land toch ook recht van spreken. Ik besta al zo lang en ik ben zo bijzonder!
Wat wil ik worden? Ik wil blijven die ik ben!
Citaat uit: Rechten voor de natuur door Jessica den Outer: “Op steeds meer plaatsen in de wereld worden natuurgebieden, rivieren, landschappen, bossen en bergen aangewezen als rechtspersonen, zoals bedrijven dat ook zijn. De natuur heeft recht om te bestaan, te floreren, te gedijen en ecologische processen in stand te houden”.
Daarom zal ik zeggen wat ik wil, ik wil gewoon blijven die ik ben, want ik ben immers uniek! Er is een club die heet: Houd Scherpenzeel Groen en Gezond en die willen ook van alles. Daar ben ik het in grote lijnen wel mee eens. Ze willen me in de winter een paar maanden onder water zetten. Dat is prima, dan kan iedereen zien wat ik destijds voor onze soldaten heb gedaan. En als het dan heel even vriest, krijg ik ook nog allemaal schaatsers boven mijn hoofd, geweldig, wat een feest, ook voor jullie. Als er door de klimaatverandering straks nog meer water door het Valleikanaal gaat stromen kunnen ze ook altijd een beroep op mijn doen voor extra berging. Maar als er dan toch nog wat veranderen moet maak mij dan officieel natuurgebied. Dat is ook leuk voor Scherpenzeel want dat heeft nu de minste natuur van alle Gelderse gemeenten binnen haar grenzen. Dat zou ik fantastisch vinden.. Maar wel een natuurgebied met landbouwkundige waarde. Want mijn koeienmeiden in de zomer wil ik absoluut niet missen, die maken mij juist zo uniek.
Citaat uit: Rechten voor de natuur door Jessica den Outer:
“Op steeds meer plaatsen in de wereld worden natuurgebieden, rivieren, landschappen, bossen en bergen aangewezen als rechtspersonen, zoals bedrijven dat ook zijn. De natuur heeft recht om te bestaan, te floreren, te gedijen en ecologische processen in stand te houden”.